Je bekijkt nu Werkneemster mocht voorstel tot overplaatsing niet weigeren

Werkneemster mocht voorstel tot overplaatsing niet weigeren

Een werkneemster claimde bij de kantonrechter de doorbetaling van loon over een periode waarin de werknemer niet had gewerkt. De werkneemster had de arbeidsovereenkomst opgezegd, omdat zij de overplaatsing door de werkgever naar een andere vestiging van het bedrijf niet accepteerde. De werkgever heeft de opzegging geaccepteerd, maar haar twee maanden later opnieuw in dienst genomen.

De arbeidsovereenkomst bevat een eenzijdig wijzigingsbeding. Op grond daarvan kan de werkneemster tijdelijk of definitief worden overgeplaatst naar een andere vestiging als de werkgever dat noodzakelijk acht. De werkgever kan op een wijzigingsbeding alleen dan een beroep doen als hij een zwaarwegend belang heeft bij de wijziging. Naar het oordeel van de kantonrechter had de werkgever een zwaarwegend belang bij de overplaatsing van de werkneemster. Zij was meerdere malen aangesproken op haar gedrag en werkhouding, zonder dat dit verbeterde. Mede vanwege haar vluchtelingenstatus heeft de werkgever gezocht naar mogelijkheden elders binnen de organisatie. Dat heeft geleid tot een voorstel voor overplaatsing binnen de eigen functie en met behoud van alle arbeidsvoorwaarden.

De bezwaren, die de werkneemster tegen de overplaatsing had, betroffen de langere reistijd en het niet beschikken over eigen vervoer. Die waren volgens de werkgever bespreekbaar en vormden geen onoplosbaar probleem. De kantonrechter is van oordeel dat de werkneemster het voorstel tot overplaatsing niet had mogen weigeren.

Volgens de kantonrechter dienden de gevolgen van het niet verrichten van de overeengekomen arbeid voor rekening van de werkneemster te komen. De kantonrechter heeft het verzoek tot betaling van loon over die periode afgewezen.

Bron: Rechtbank Limburg | jurisprudentie | ECLI:NL:RBLIM:2025:2057 | 26-02-2025