Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst heeft een handreiking gepubliceerd over het prijsgeven van in eigen beheer verzekerde pensioen- en soortgelijke verplichtingen bij onderdekking. Deze handreiking licht de voorwaarden toe waaronder kan worden afgezien van een aanspraak zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie.
Voorwaarden bij onderdekking
Het prijsgeven van een aanspraak zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie is alleen mogelijk als aan de onderstaande drie cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:
- Oorzaak van de onderdekking: de onderdekking moet zijn ontstaan door reële ondernemings- of beleggingsverliezen. Dit geldt niet als de onderdekking (mede) het gevolg is van winstuitdelingen in eerdere jaren of onvolwaardige vorderingen op de dga of gelieerde partijen.
- Aanwending van alle bezittingen: alle bezittingen van het eigenbeheerlichaam moeten volledig worden gebruikt voor de aankoop van een kwalificerend product bij een toegelaten aanbieder. Vorderingen, inclusief rekening-courant, moeten eerst volledig worden geïnd.
- Liquidatie van het eigenbeheerlichaam: het eigenbeheerlichaam wordt direct na de aankoop van het kwalificerende product geliquideerd. Ook als er geen middelen overblijven voor de aankoop, vindt liquidatie plaats.
Gevolgen en reikwijdte
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan het restant van de aanspraak als 'niet voor verwezenlijking vatbaar' worden aangemerkt. Dit restant kan dan zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie worden prijsgegeven. Dit kwalificeert niet als informele kapitaalstorting en leidt niet tot een verhoging van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang.
Deze werkwijze is toepasbaar bij onderdekking van eigenbeheeraanspraken, loonstamrechten en stakingswinstlijfrenten, zowel vóór, bij als na het bereiken van de AOW-leeftijd. Voor een oudedagsverplichting (ODV) geldt een vergelijkbare werkwijze. Voor een artikel 19-stamrecht of een artikel 44j-stamrecht gelden dezelfde voorwaarden, maar hiervoor bestaat geen prijsgeefsanctie.
Vennootschapsbelasting
Het prijsgeven van de aanspraak leidt tot vrijval van de corresponderende verplichting in de fiscale winst van het eigenbeheerlichaam. Hierdoor kan de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn, voor zover de kwijtscheldingswinst uitgaat boven verrekenbare verliezen uit voorgaande jaren en het verlies van het lopende jaar. De vrijstelling is niet van toepassing als het eigenbeheerlichaam deel uitmaakt van een fiscale eenheid, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze ook zonder fiscale eenheid van toepassing zou zijn geweest.