Je bekijkt nu Verlofsaldo bij einde dienstverband: wie is verantwoordelijk?

Verlofsaldo bij einde dienstverband: wie is verantwoordelijk?

Een werknemer, in dienst als directeur, vraagt na het einde van zijn arbeidsovereenkomst om uitbetaling van een aanzienlijk openstaand verlofsaldo. De werkgever erkent een deel van het saldo. De kantonrechter moet bepalen wie verantwoordelijk was voor het beheer van de verlofuren.

Verlofsaldo

De werknemer verzoekt de rechtbank om herstel van zijn arbeidsovereenkomst, die de werkgever om bedrijfseconomische redenen heeft opgezegd na toestemming van het UWV. Dit verzoek wordt afgewezen. Daarnaast vraagt de werknemer om een vergoeding van € 69.213 bruto voor 1.369,66 openstaande verlofuren. Hij verwijst hierbij naar het LB-arrest van het HvJ. Daarin is kort gezegd bepaald dat de vakantierechten van een werknemer niet vervallen of verjaren als de werkgever hem niet daadwerkelijk in de gelegenheid heeft gesteld om zijn vakantierechten uit te oefenen.

Verlofadministratie

De verantwoordelijkheid voor de verlofadministratie is een cruciaal punt in deze zaak. De werknemer verklaart dat hij verantwoordelijk was voor de verlofaanvragen van het personeel en het verwerken daarvan. Die uren hield hij bij in een overzicht en gaf dit vervolgens door aan het accountantskantoor dat de salarisadministratie deed. De kantonrechter concludeert dat de verlofadministratie onderdeel was van de taken en verantwoordelijkheid van de werknemer als directeur. De argumenten dat de werknemer zijn verlof afstemde met de voormalige aandeelhouder of dat het accountantskantoor hem niet informeerde over het verval van verlofrechten, worden niet geaccepteerd. De werknemer had dit zelf moeten weten.

Vergoeding en kosten

De werkgever erkent een openstaand verlofsaldo van 253,33 uur, wat neerkomt op een bedrag van € 10.917,51 bruto. Dit bedrag wordt door de kantonrechter toegewezen. Omdat de eindafrekening niet tijdig is betaald, heeft de werknemer recht op de wettelijke verhoging en wettelijke rente. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20%, omdat er een verdedigbaar geschil bestond over de opzegging en de omvang van het verlofsaldo.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:4135 | 22-04-2026